handara
Voor klinieken

Therapietrouw bij thuisoefeningen in fysiotherapie en handtherapie: wat het onderzoek zegt

Waarom slaan patiënten hun thuisoefeningen over? Wat onderzoek zegt over therapietrouw in fysiotherapie en handtherapie, en wat u in de praktijk kunt doen.

Door Redactie Handara7 min lezen

Read this article in English

"Ging wel, meestal." Elke fysiotherapeut en handtherapeut kent dat antwoord op de vraag hoe het thuis met de oefeningen ging. En vaak weet u het al voordat de patiënt iets zegt.

Een recent cijfer uit de Verenigde Staten bevestigt dat gevoel. Ohio State Wexner Medical Center liet 1.006 Amerikanen ondervragen over hun thuisoefeningen bij fysiotherapie. Volgens Medical Economics (februari 2026) zei 76% dat ze niet alle opgegeven oefeningen hadden gedaan. De redenen die ze noemden:

  • vergeten, of geen herinnering (40%)
  • geen tijd, of het paste niet in de planning (33%)
  • de oefeningen waren saai of eentonig (22%)
  • niemand die tussen de afspraken meekeek (15%)

Lees dat cijfer met beleid. Het is een enquête in opdracht van een ziekenhuis, niet peer-reviewed, en het artikel noemt geen onderzoeksbureau of veldwerkperiode. "Niet alles gedaan" is ook iets anders dan "niets gedaan". Toch is de lijst bruikbaar, omdat het de woorden van patiënten zelf zijn.

Het wetenschappelijk onderzoek geeft een rijker beeld dan "patiënten vergeten het". En dat is belangrijk: wie de oorzaak verkeerd inschat, kiest de verkeerde oplossing.

Nederlands onderzoek wees al in 1993 de weg

Een van de grootste studies naar therapietrouw bij oefeningen komt uit Nederland. Sluijs, Kok en van der Zee benaderden een aselecte steekproef van 300 vrijgevestigde fysiotherapeuten; 222 deden mee. Het materiaal bestond uit 1.931 registratieformulieren, 1.837 geluidsopnamen van therapiesessies en 1.681 vragenlijsten van patiënten.

Drie factoren hingen het sterkst samen met het niet doen van de oefeningen:

  1. de drempels die patiënten ervaren en tegenkomen (de sterkste samenhang)
  2. gebrek aan positieve feedback
  3. hulpeloosheid

Het advies van de auteurs aan de praktijk is nog steeds actueel: ga zorgvuldig na tegen welke problemen patiënten aanlopen als ze willen oefenen, en zoek samen met de patiënt naar oplossingen. Het is correlationeel onderzoek, dus oorzaak en gevolg zijn niet aangetoond. Maar de drie factoren zijn wel dingen waar u in de volgende afspraak iets mee kunt.

Wat twee systematische reviews toevoegen

Essery 2017: vertrouwen, motivatie en steun

Essery en collega's bundelden 30 kwantitatieve studies over zelfstandig thuis oefenen. Het nuttigste is wat therapietrouw voorspelde. Er was relatief sterk bewijs voor vijf factoren:

  • de intentie om het programma te doen
  • zelfmotivatie
  • self-efficacy: het vertrouwen dat je het zelf kunt
  • eerder volhouden van beweeggedrag
  • sociale steun

Herinneringen staan niet in dat rijtje. Vergeten is misschien wat patiënten noemen, maar de sterkere voorspellers liggen dieper: vertrouwen, motivatie en de mensen om de patiënt heen.

Bachmann 2018: minder oefeningen, meer begeleiding

De review van Bachmann, Oesch en Bachmann vond dat therapietrouw werd ondersteund door intensieve steun en begeleiding van de fysiotherapeut, een klein aantal oefeningen (minder dan vier), veel zelfmotivatie en self-efficacy, en het ontbreken van psychische factoren zoals hulpeloosheid, depressie en angst. De auteurs concluderen dat therapietrouw "relatief eenvoudig" te verbeteren is: goede begeleiding, twee tot maximaal vier oefeningen, en werken aan motivatie en zelfvertrouwen.

Dat aantal oefeningen is het punt waar u direct invloed op hebt. Een oefenblad met acht oefeningen ziet er grondig uit. Het kan ook precies de reden zijn dat er geen enkele gedaan wordt.

Patiënten maken een afweging, en die is logisch

Campbell en collega's interviewden 20 mensen met knieartrose thuis, drie maanden na hun fysiotherapieprogramma, en acht van hen een jaar later opnieuw. Het is een kleine, kwalitatieve studie over knieën, niet over handen. Maar de kern is herkenbaar.

In het begin deden mensen hun oefeningen vooral uit loyaliteit aan de fysiotherapeut. Of ze daarna doorgingen, hing af van of de oefeningen in het dagelijks leven pasten, hoe ernstig de klachten voelden, hoe ze tegen hun artrose aankeken, andere aandoeningen en eerdere ervaringen. Eén voorwaarde was nodig om door te gaan: de patiënt moest merken dat de oefeningen de klachten verlichtten.

De conclusie van de auteurs: vanuit de patiënt gezien zijn beslissingen om wel of niet te oefenen rationeel, maar therapeuten en onderzoekers kunnen ze vaak niet voorspellen. Een patiënt die stopt omdat de hand beter voelt, of omdat hij niet gelooft dat het helpt, maakt een logische keuze. Het woord "therapieontrouw" verandert die redenering niet. Een gesprek misschien wel.

Therapietrouw heeft meerdere oorzaken

Leg de studies naast elkaar en u ziet ongeveer vier groepen factoren:

  • De persoon: zelfvertrouwen, motivatie, hulpeloosheid, somberheid en angst.
  • Het dagelijks leven: tijd, ritme, praktische drempels, steun van anderen.
  • Wat de patiënt gelooft: helpt het, hoe ernstig is het, wat waren eerdere ervaringen.
  • Het oefenprogramma en de begeleiding: aantal oefeningen, uitleg, en of iemand de inzet ziet en benoemt.

De meeste digitale hulpmiddelen raken vooral die laatste groep, en dan nog maar een deel ervan. Het enige handspecifieke onderzoek dat we vonden laat dat goed zien. In een Zweedse gerandomiseerde studie met 101 patiënten na een buigpeesherstel verbeterde een app met oefenvideo's, pushmeldingen en een oefendagboek de therapietrouw en self-efficacy niet ten opzichte van de standaard revalidatie. Alleen de zelf gerapporteerde oefenfrequentie na zes weken was beter in de app-groep.

Een hulpmiddel kan waarschijnlijk helpen bij drie gedragsmatige stukjes: een kort programma makkelijk maken om te beginnen, feedback geven tijdens het oefenen, en zichtbaar maken of er geoefend is. Het kan een patiënt niet laten geloven dat oefenen zin heeft, geen tijd vrijmaken in een drukke week en geen hulpeloosheid wegnemen. Dat blijft het werk van de therapeut.

Zorg op afstand: wat KNGF en NZa zeggen

Wie digitale hulpmiddelen inzet, heeft te maken met twee kaders.

De KNGF/VvOCM-richtlijn Zorg op afstand (7 december 2023) vraagt om samen met de patiënt, op basis van klinisch redeneren, te kiezen welk deel van de zorg op afstand gebeurt en welk deel fysiek. Apps en wearables passen volgens de richtlijn als de patiënt zonder directe supervisie aan zijn therapiedoelen kan werken. Wees terughoudend als de veiligheid niet gewaarborgd is.

De NZa-beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie (geldig in 2026) laat ruimte om face-to-face contact deels te vervangen door digitale zorg op afstand binnen bestaande prestaties, zoals de reguliere zitting. Voorwaarde is dat die zorg inhoudelijk vergelijkbaar is met de reguliere zorgverlening. Kosten voor digitale zorgtoepassingen kunnen niet apart in rekening worden gebracht; die worden geacht in de tarieven te zitten. Deze beleidsregel gaat over fysiotherapie. Werkt u als ergotherapeut of oefentherapeut, controleer dan wat voor uw beroep geldt. Dit is geen declaratieadvies.

Therapietrouw bevorderen in de praktijk

Dit is geen protocol. Het zijn praktische stappen die volgen uit de studies hierboven.

  1. Vraag naar drempels. Niet "Hoe ging het oefenen?", maar "Wat zat er in de weg?" Bij Sluijs hingen ervaren drempels het sterkst samen met niet oefenen.
  2. Geef minder oefeningen mee. De review van Bachmann ondersteunt twee tot vier. Lijkt alles nodig? Vraag uzelf welke twee u zou houden als de patiënt er maar twee kon doen.
  3. Geef concrete, positieve feedback. Gebrek daaraan was een van de drie hoofdfactoren bij Sluijs. "Ik zie dat u geoefend hebt, het gaat soepeler" kost tien seconden.
  4. Bouw zelfvertrouwen op in de praktijk. Self-efficacy komt in beide reviews terug. Laat de patiënt elke oefening bij u doen tot het zonder hulp lukt, en vraag hoe zeker hij zich voelt om het thuis alleen te doen.
  5. Leg uit waarom, en vraag of de patiënt merkt dat het helpt. Bij Campbell was ervaren nut een voorwaarde om door te gaan. Denkt de patiënt dat het klaar is omdat het beter voelt? Bespreek dat.
  6. Koppel de oefeningen aan een vast moment. Vergeten en geen tijd stonden bovenaan in de enquête. Vraag wanneer op de dag het kan, en koppel het aan iets wat dan al gebeurt.
  7. Betrek de omgeving. Sociale steun komt in beide reviews terug. Een partner of huisgenoot die het plan kent, kan helpen.
  8. Let op hulpeloosheid en somberheid. Een patiënt die denkt dat niets helpt, heeft een ander gesprek nodig dan iemand die gewoon geen tijd had.
  9. Maak zichtbaar of er geoefend is, en verwacht er niet te veel van. Inzicht tussen de afspraken geeft u iets concreets om te bespreken. Maar de Zweedse studie laat zien dat zichtbaarheid alleen geen betere therapietrouw garandeert.

Kort samengevat: patiënten slaan thuisoefeningen meestal over om redenen die vanuit hun kant logisch zijn. Te veel oefeningen, te weinig vertrouwen, geen merkbaar effect, een leven waar het niet in past. Het onderzoek wijst daarom minder naar betere herinneringen en meer naar minder oefeningen, meer feedback en één directe vraag: wat zat er in de weg?

Bronnen

  1. Sluijs, Kok en van der Zee 1993, Correlates of exercise compliance in physical therapy (Physical Therapy)
  2. Essery e.a. 2017, Predictors of adherence to home-based physical therapies: a systematic review (Disability and Rehabilitation)
  3. Bachmann, Oesch en Bachmann 2018, Recommendations for improving adherence to home-based exercise: a systematic review (Phys Med Rehab Kuror)
  4. Campbell e.a. 2001, Why don't patients do their exercises? (Journal of Epidemiology and Community Health)
  5. Svingen e.a., A smartphone application to facilitate adherence to home-based exercise after flexor tendon repair (Clinical Rehabilitation)
  6. Medical Economics: Patients aren't doing their physical therapy homework (enquête Ohio State Wexner Medical Center, 2026)
  7. KNGF/VvOCM-richtlijn Zorg op afstand (december 2023)
  8. NZa: Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie 2026 (BR/REG-26100)

Handara in je praktijk

Een gratis pilot voor handtherapeuten en fysiotherapeuten. Geen extra apparatuur, en er gaat geen video van het apparaat van de patiënt af.

Verder lezen