Helpen herinneringen, apps en gamification bij therapietrouw? Wat het onderzoek laat zien
Apps, herinneringen en games bij thuisoefeningen: wat trials en reviews zeggen over therapietrouw in de fysiotherapie, inclusief de nulresultaten.
Door Redactie Handara8 min lezen
Read this article in EnglishWie software verkoopt aan fysiotherapie- en handtherapiepraktijken, hoopt op een eenvoudig antwoord: zet er een app, een herinnering of een spelletje bij en je patiënten oefenen meer thuis. Dat geldt ook voor ons. Het onderzoek zegt iets anders. Digitale ondersteuning helpt soms, vaak tijdelijk, en soms helemaal niet. De enige gerandomiseerde trial die we vonden binnen de handtherapie zelf, liet geen effect zien.
In dit stuk zetten we dat onderzoek op een rij, ook de uitkomsten die slecht uitkomen voor leveranciers. Overweeg je een app of een vorm van gamification voor je patiënten? Dan is het goed om het hele plaatje te kennen.
Het korte antwoord
- In de handtherapie liet de bekendste trial met een app (oefenvideo's plus pushmeldingen) geen betere therapietrouw of self-efficacy zien.
- Bij musculoskeletale klachten in bredere zin spreken de reviews elkaar deels tegen. Sommige vinden een effect op de middellange termijn of in de meeste trials, één vond geen significant effect. Over de lange termijn is het minst bekend.
- Games zijn in de hand getest in één kleine trial bij duimklachten. De therapietrouw was beter, de primaire uitkomstmaat niet.
- Het meest robuust is geen technologie maar een ontwerpprincipe: interventies die veel gedragsveranderingstechnieken combineren, werken beter dan interventies met maar een paar.
- Camera-tracking die herhalingen telt en speelse visuele feedback geeft, het soort tool dat Handara is, is voor zover wij konden vinden nooit in een trial binnen de handtherapie onderzocht.
De trial in de handtherapie: een app zonder effect op therapietrouw
Het meest relevante onderzoek komt uit Zweden. Svingen en collega's (Clinical Rehabilitation, 2021) deden een gerandomiseerde trial op vier afdelingen handchirurgie, met 101 patiënten na herstel van een flexorpees. De interventiegroep kreeg een smartphone-app met oefenvideo's, pushmeldingen als herinnering, een oefendagboek met kalender, uitleg over de operatie en een vraag-en-antwoordgedeelte. De controlegroep kreeg de gebruikelijke revalidatie.
De primaire uitkomstmaat was therapietrouw, gemeten met de Sport Injury Rehabilitation Adherence Scale na twee en zes weken. Tussen de groepen was geen significant verschil. Ook in self-efficacy niet. De conclusie van de auteurs is helder: de app verbeterde therapietrouw en self-efficacy niet ten opzichte van de gebruikelijke revalidatie, en er is meer onderzoek nodig.
Twee details zijn de moeite waard, omdat ze twee kanten op wijzen.
- Op één zelfgerapporteerde maat gaf de app-groep na zes weken aan vaker te oefenen. Dat is een secundaire uitkomst. De auteurs merken zelf op dat patiënten hun therapietrouw in deze groep mogelijk overschatten.
- Bij de beperkingen noemen de auteurs dat de app geen persoonlijke feedback gaf. De app herinnerde en liet zien wat je moest doen, maar vertelde de patiënt niet hoe het ging.
Dat tweede punt is belangrijk als je een tool kiest. "Een app" is niet één ding. Herinneringen plus video's is een specifieke combinatie, en in deze trial was die combinatie niet genoeg.
Daarbuiten: een wisselend beeld
Digitale revalidatie bij musculoskeletale klachten
Drie reviews kijken breder naar digitale ondersteuning en therapietrouw. Ze sluiten niet mooi op elkaar aan.
- Zhang en collega's (JOSPT, 2022) combineerden 11 gerandomiseerde trials met samen 1.144 deelnemers met musculoskeletale aandoeningen. Digitale revalidatie verbeterde de therapietrouw op de middellange termijn. Op korte termijn was ze niet beter dan niet-digitale revalidatie, en op lange termijn was er geen klinisch relevant verschil.
- Bunting en collega's (Physiotherapy, 2021) keken naar chronische musculoskeletale pijn. Maar vijf trials voldeden aan hun criteria en twee konden worden gepoold. Ze vonden geen statistisch significant verschil in therapietrouw en concludeerden dat er geen bewijs is dat digitale interventies de therapietrouw in deze groep verhogen. Wel vragen ze om beter onderzoek.
- Lang en collega's (Archives of Physiotherapy, 2022) bekeken 10 gerandomiseerde trials met samen 1.117 deelnemers uit verschillende patiëntgroepen. Zeven trials vielen uit in het voordeel van de digitale interventie, drie vonden gelijke therapietrouw. Juist die drie rapporteerden uitkomsten op langere termijn. Hun conclusie: digitale ondersteuning verhoogt de therapietrouw waarschijnlijk op korte termijn, het effect op langere termijn is onzeker.
Samen genomen zie je een effect dat vroeg of halverwege een programma kan optreden en daarna wegzakt. Dat past bij wat veel therapeuten in de praktijk zien: iets nieuws helpt even. Waarom het effect wegzakt, laten de reviews niet zien. Zie die verklaring dus als een redelijke gedachte, niet als bevinding.
Games bij duimrevalidatie
Gamification is in de hand nauwelijks onderzocht. Özer en collega's (Hand Therapy, 2025) verdeelden 31 patiënten met duimklachten na letsel of carpaletunnelsyndroom over gewone revalidatie of mobiele games als thuisoefening. Beide groepen gingen vooruit. Op de primaire uitkomstmaat was er geen verschil. De game-groep scoorde beter op therapietrouw bij thuisoefeningen en op één maat voor gewrichtsbeweging. De auteurs noemen de aanpak haalbaar en vinden meer onderzoek nodig om de klinische betekenis vast te stellen.
Dat is een bemoedigend signaal voor therapietrouw, uit een kleine trial, met een nulresultaat op de primaire uitkomst. Het is geen bewijs dat games het herstel verbeteren.
Wat lijkt te werken: veel gedragsveranderingstechnieken samen
Het breedste bewijs komt uit een overzicht van 19 systematische reviews met samen 205 trials, door Ley en Putz (Systematic Reviews, 2024). Over vier meta-analyses heen (boostersessies, gedragsveranderingstechnieken, doelen stellen en motiverende interventies) hadden extra interventies voor therapietrouw een klein effect, met een lage zekerheid van bewijs. Volgens de samenvatting is er matig bewijs voor boostersessies, supervisie en graded exercise.
De belangrijkste bevinding voor dit onderwerp: interventies met acht of meer gedragsveranderingstechnieken hadden een duidelijk groter effect (gestandaardiseerd gemiddeld verschil 0,29) dan interventies met minder dan acht, waarbij geen duidelijk effect zichtbaar was. Technieken als doelen stellen, actieplannen maken, sociale steun en feedback en zelfmonitoring komen in de reviews steeds terug.
Eén kanttekening maakt dit overzicht tegelijk meer en minder relevant voor software. Reviews die alleen apps of digitale tools onderzochten, zoals gamification, exergames, virtual reality en telerevalidatie, zijn uitdrukkelijk uitgesloten. Het overzicht vertelt je dus welke ingrediënten vaak werken. Het vertelt je niet of een bepaalde app die ingrediënten levert.
Wat nog niet is onderzocht
We zochten naar gerandomiseerde trials binnen de handtherapie naar camera-tracking van oefeningen, automatisch tellen van herhalingen of speelse visuele feedback zoals deeltjesanimaties. We vonden er geen.
Dat geldt ook voor Handara. Handara heeft geen eigen bewijs. We hebben geen trial gedaan, we hebben nog geen gegevens over therapietrouw van echte patiënten, en niets in dit stuk is bewijs dat onze aanpak werkt. De studies hierboven gaan over andere tools: apps met herinneringen, videobibliotheken, mobiele games en bredere programma's voor gedragsverandering. Of die resultaten ook voor ons gelden, weten we niet.
We zeggen dit expliciet, omdat blogs van leveranciers vaak de positieve reviews noemen, de nulresultaten weglaten en suggereren dat hun product het goede nieuws erft. Zo werkt het niet, niet voor ons en niet voor anderen.
Waarom de uitkomsten wisselen
De trials geven hier geen direct antwoord op, maar de literatuur biedt een paar aannemelijke verklaringen.
- "Digitaal" is een verzamelnaam. Een pushmelding, een videobibliotheek, een game en een programma op afstand met contact met de therapeut zijn verschillende interventies. Wie ze samen neemt, kan echte effecten in beide richtingen uitvlakken.
- Een herinnering helpt tegen vergeten, niet tegen de rest. Het Nederlandse onderzoek van Sluijs, Kok en Van der Zee (1993) in de fysiotherapiepraktijk vond drie hoofdfactoren bij slechte therapietrouw: de drempels die patiënten ervaren en tegenkomen, gebrek aan positieve feedback, en een gevoel van hulpeloosheid. Een melding raakt daar geen van drieën direct aan.
- Feedback is mogelijk het ontbrekende stuk. De app van Svingen had geen feedback, Sluijs noemt het ontbreken ervan als factor bij slechte therapietrouw, en Ley en Putz zien feedback en monitoring steeds terugkomen. Dat is een patroon om te toetsen, geen bewezen mechanisme.
- Therapietrouw is lastig te meten. De meeste trials gebruiken zelfrapportage of oefendagboeken, en die kunnen overschatten wat patiënten echt deden. Ley en Putz noemen het meten van therapietrouw in de fysiotherapie een gat in het onderzoek.
Waar je op let bij het kiezen van een tool
Welke tool je ook kiest, of juist geen digitale tool, deze vragen volgen uit het onderzoek hierboven.
- Tel de gedragsveranderingstechnieken. Vraag wat de tool doet behalve herinneringen sturen. Ondersteunt hij doelen stellen, actieplannen, zelfmonitoring, feedback en sociale steun? Volgens Ley en Putz telt de combinatie meer dan één losse functie.
- Maak feedback zichtbaar. De patiënt moet zien dát hij geoefend heeft en hoe het ging, en jij moet dat ook zien. Een tool die alleen herinnert en uitlegt, is precies de combinatie die in de flexorpeestrial geen effect had.
- Houd het programma kort en eenvoudig. Elke extra oefening is een extra drempel. Minder en duidelijkere oefeningen passen makkelijker in een dag en zijn makkelijker om feedback op te geven.
- Reken op wegzakken. Meerdere reviews wijzen erop dat het effect vroeg of halverwege het sterkst is. Plan vervolgcontact of boostersessies in, in plaats van te verwachten dat een app de therapietrouw maandenlang draagt.
- Vraag leveranciers welk bewijs ze echt hebben. Is er een trial met hun product, in jouw patiëntgroep? Of halen ze reviews over andere tools aan? "Onderzoek laat zien dat digitale tools de therapietrouw verbeteren" is iets anders dan "onze tool verbetert de therapietrouw".
- Kijk hoe therapietrouw gemeten wordt. Als een tool therapietrouw laat zien: is dat zelfgerapporteerd, automatisch vastgelegd of geobserveerd? Dat bepaalt hoeveel je op het dashboard kunt vertrouwen.
- Test het zelf, klein. Probeer je een tool, bepaal dan vooraf waar je naar kijkt, bijvoorbeeld het aantal afgeronde sessies in de eerste zes weken, en vergelijk eerlijk met wat je eerder zag.
Kort samengevat voor de praktijk: herinneringen en apps zijn op zichzelf geen betrouwbare oplossing, games laten in één kleine handtrial een eerste belofte zien, en het sterkste bewijs wijst op het combineren van meerdere gedragsveranderingstechnieken met zichtbare feedback. Elke tool, ook de onze, verdient het om daaraan getoetst te worden, en aan zijn eigen gegevens zodra die er zijn.
Bronnen
- Svingen e.a. 2021, Clinical Rehabilitation: smartphone-app voor thuisoefeningen na flexorpeesherstel (RCT)
- Zhang e.a. 2022, JOSPT: digitale revalidatie en therapietrouw bij musculoskeletale aandoeningen (meta-analyse)
- Bunting e.a. 2021, Physiotherapy: digitale interventies voor therapietrouw bij chronische musculoskeletale pijn (meta-analyse)
- Lang e.a. 2022, Archives of Physiotherapy: verhogen digitale interventies de therapietrouw bij thuisoefenprogramma's?
- Özer e.a. 2025, Hand Therapy: mobiele games als thuisoefening bij duimrevalidatie (RCT)
- Ley en Putz 2024, Systematic Reviews: interventies en technieken voor therapietrouw in de fysiotherapie (overzicht van reviews)
- Sluijs, Kok en Van der Zee 1993, Physical Therapy: factoren die samenhangen met therapietrouw bij oefeningen