Handoefeningen na gips en een polsbreuk: wat is normaal en wat helpt
Is je pols stijf nu het gips eraf is? Lees wat normaal is, hoe lang herstel vaak duurt, wat je je therapeut kunt vragen en hoe je je oefeningen volhoudt.
Door Redactie Handara7 min lezen
Read this article in EnglishEindelijk gaat het gips eraf. Maar dan valt het tegen. Je pols voelt stijf. Je vingers doen niet wat je wil. Een kopje vasthouden of een deur openen is ineens lastig. Veel mensen vragen zich dan af: is dit normaal?
Meestal is het antwoord ja. In dit artikel lees je waarom je pols en hand stijf zijn na gips. Je leest hoe lang herstel vaak duurt en wat je je therapeut of arts kunt vragen. En je krijgt tips om je oefeningen vol te houden. Je vindt hier geen eigen oefeningen. Die krijg je van de arts of therapeut die je pols heeft gezien.
Stijve hand na gips: hoe komt dat?
Gips houdt je gebroken bot stil. Zo kan het bot goed genezen. Maar daardoor bewegen ook je pols, je vingers en je spieren een aantal weken bijna niet. Gewrichten worden dan stijf. Spieren worden zwakker.
Thuisarts zegt het zo: "Als het gips eraf is, is je pols vaak stijf." Je kunt je pols daarna langzaam steeds een beetje meer gebruiken.
Ook op de website van de Amerikaanse vereniging van orthopeden (AAOS) staat dat bijna iedereen na een polsbreuk wat stijfheid heeft. Je bent dus niet de enige.
Soms speelt ook iets anders mee. Je hebt je arm wekenlang beschermd. Dan voelt het eng om hem weer te gebruiken. Veel mensen houden hun pols heel voorzichtig vast, zonder dat ze het merken. Dat is logisch. Praat er wel over met je therapeut. Die weet wat voor jouw pols veilig is.
Polsbreuk herstel: hoe lang duurt het?
Dit is de vraag die mensen het meest stellen. Het eerlijke antwoord: dat is voor iedereen anders.
Volgens Thuisarts duurt het meestal een aantal weken of maanden voordat je je pols weer goed kunt gebruiken. Dat hangt ook af van de soort breuk.
De AAOS zegt dat de stijfheid meestal minder wordt in de eerste een tot twee maanden nadat het gips eraf is, of na een operatie. Daarna kan het nog lang langzaam beter worden: volgens de AAOS nog minstens twee jaar.
Het grootste verschil merk je dus vaak in het begin. Maar ook daarna kan het nog beter worden. Hoe snel het bij jou gaat, hangt af van een paar dingen:
- wat voor breuk je hebt
- of je gips had of een operatie
- je leeftijd en je gezondheid
- wat je elke dag met je hand moet doen, thuis en op je werk
Je arts of therapeut kan je vertellen wat je in jouw situatie kunt verwachten.
Wat is normaal na het gips?
In de eerste weken na het gips merken veel mensen dit:
- Je pols en vingers voelen stijf.
- Je hand of pols is een beetje dik.
- Je spieren voelen zwakker dan eerst.
- Je pols doet wat pijn, vooral als je hem weer meer gaat gebruiken.
Dit is vaak geen reden voor zorgen. Bespreek het wel bij je volgende afspraak als:
- de stijfheid na een paar weken helemaal niet verandert
- de pijn erger wordt in plaats van minder
- je bang bent om je pols te bewegen, en je daardoor je oefeningen overslaat
- je dingen van elke dag nog steeds niet lukt, zoals aankleden of koken
Thuisarts geeft nog een tip. Is het gips eraf en kun je je pols nog niet goed gebruiken? Maak dan op werkdagen een afspraak met de arts in het ziekenhuis. De arts kan kijken of je naar een fysiotherapeut moet.
Soms moet je sneller hulp zoeken. Dat lees je in het kader onderaan.
Oefeningen na een polsbreuk: waarom staat hier geen lijstje?
Zoek je op "oefeningen na polsbreuk" of "handoefeningen na gips"? Dan vind je veel folders van ziekenhuizen. Daar staan vaak oefeningen in. Die zijn geschreven voor de mensen die in dat ziekenhuis zijn geweest.
Wij zetten hier bewust geen oefeningen neer. De goede oefeningen hangen af van jouw breuk. Had je gips of een operatie? Hoe is het bot genezen? Wat zag je arts of therapeut toen die naar je pols keek? Een oefening die goed is voor de een, kan verkeerd zijn voor de ander.
Volgens Thuisarts krijg je oefeningen mee om thuis je pols te trainen als het gips eraf is. Dat zijn jouw oefeningen. De rest van dit artikel gaat over hoe je die goed volhoudt.
Krijg je altijd een fysiotherapeut of handtherapeut?
Nee. Volgens Thuisarts heb je meestal geen fysiotherapie nodig na een gebroken pols. Soms is het wel beter. Bijvoorbeeld als je pols niet zo snel beter wordt als de arts verwacht. Of als je je pols niet durft te bewegen.
Bespreek dat met je arts in het ziekenhuis. Een fysiotherapeut of handtherapeut die veel weet van de pols kan je helpen om je pols weer beter te gebruiken.
Vragen voor je therapeut of arts
Een afspraak gaat vaak snel. Thuis bedenk je pas wat je nog wilde vragen. Schrijf daarom van tevoren een paar vragen op. Bijvoorbeeld:
- Welke oefeningen moet ik doen? Kunt u ze nog een keer voordoen?
- Hoe vaak en hoe lang moet ik oefenen?
- Hoeveel pijn mag een oefening doen? Wanneer moet ik stoppen?
- Wat mag ik nog even niet doen? Bijvoorbeeld tillen, op mijn hand leunen of sporten.
- Is de zwelling normaal? Kan ik er zelf iets aan doen?
- Wat mag ik verwachten bij mijn volgende afspraak?
- Wanneer veranderen mijn oefeningen? Wie beslist dat?
- Bij welke klachten moet ik eerder bellen? En hoe bereik ik u?
- Mag ik mijn hand gewoon gebruiken voor typen, koken en aankleden?
Vraag ook of je een foto mag maken van je oefenblad. Of vraag of de therapeut de uitleg in eenvoudige woorden opschrijft.
Zo hou je je oefeningen vol
De meeste mensen slaan hun oefeningen niet expres over. Ze vergeten het. Ze hebben het druk. Of ze vinden het na een week saai. Deze tips kunnen helpen. Ze veranderen niets aan wát je therapeut heeft gezegd. Ze helpen je alleen om het ook echt te doen.
Koppel je oefeningen aan iets wat je toch al doet. Bijvoorbeeld na het ontbijt, na het tandenpoetsen of als het water kookt. Een vast moment onthoud je makkelijker dan "ergens vandaag".
Leg je oefenblad waar je het ziet. Op de koelkast, naast de bank of op je bureau. Moet je het zoeken? Dan sla je sneller over.
Hou bij wat je hebt gedaan. Een vinkje op de kalender of een notitie in je telefoon is genoeg. Zo zie je zelf, en ook je therapeut, of je hebt geoefend. Een week vol vinkjes geeft ook een goed gevoel.
Let op kleine stapjes. Stijfheid wordt langzaam minder. Van dag tot dag zie je weinig. Maar misschien merk je wel dat je tandenborstel beter in je hand ligt. Of dat je een pot open krijgt die vorige week nog niet lukte. Schrijf dat op. Dat helpt op dagen dat het tegenvalt.
Vertel het aan iemand. Een partner, kind of vriend kan je helpen herinneren. Of gewoon vragen hoe het gaat. Dat helpt veel mensen.
Neem je aantekeningen mee naar je afspraak. Heb je oefeningen gemist? Zeg het eerlijk. Je therapeut kan het plan dan aanpassen.
Gaat het herstel langzaam?
Na een paar weken zonder gips kun je je flink balen. Zeker als je andere pols je steeds laat zien hoe het "normaal" voelt. Weet dan: stijfheid wordt vaak minder in de eerste maand of twee. En het kan daarna nog lang beter worden. Langzaam is niet hetzelfde als stilstaan.
Heb je het gevoel dat het niet vooruitgaat? Of weet je niet zeker of je de oefeningen goed doet? Neem dan contact op met je therapeut of met het ziekenhuis. Liever vroeg vragen dan wekenlang twijfelen.