handara
Voor patiënten

Handoefeningen na een operatie: volg het plan van je chirurg en therapeut

Wanneer mag je oefenen na een CTS-operatie? Dat bepaalt je eigen chirurg. Welke vragen je stelt, hoe je het volhoudt en waarom meer niet beter is.

Door Redactie Handara7 min lezen

Read this article in English

Je bent net aan je hand geopereerd. Of de operatie komt eraan. Bijvoorbeeld voor carpaletunnelsyndroom (CTS). Dat is een van de operaties aan de hand die het vaakst gebeurt. Je gaat dezelfde dag naar huis, met een verband om je hand. Misschien krijg je ook een papier met oefeningen mee.

Thuis komen de vragen. Mag ik mijn vingers al bewegen? Moet ik meer doen? Is het normaal dat mijn hand zo stijf voelt?

In dit artikel vind je geen oefeningen. Dat doen we expres. Wanneer je mag oefenen en wat je dan doet, hangt af van jouw operatie en jouw chirurg. Je chirurg en je therapeut kennen jouw hand. Zij maken het plan. Wij helpen je wel met andere dingen: begrijpen waarom plannen verschillen, de goede vragen stellen voor je naar huis gaat, en volhouden met de oefeningen die je hebt gekregen.

Wanneer mag je oefenen na een CTS-operatie?

Zoek je dit op internet, dan vind je veel verschillende antwoorden. Dat komt niet doordat iemand het fout heeft. Betrouwbare bronnen beschrijven gewoon een andere aanpak.

  • Thuisarts zegt: je mag tot de eerste controle niet tillen met je hand. Geneest de wond goed, dan mag je je hand langzaam weer meer gebruiken. Over oefeningen staat er niets.
  • De Engelse gezondheidsdienst NHS noemt ook geen oefeningen na de operatie. Wel staat er dat het ongeveer een maand kan duren voor je weer je gewone dingen kunt doen.
  • De Amerikaanse vereniging van orthopedisch chirurgen (AAOS) schrijft dat je direct na de operatie je hand boven je hart moet houden en je vingers moet bewegen. Dat is tegen zwelling en stijfheid. Soms krijg je een paar weken een spalk of polsbrace. Deze tekst is wel uit 2021.

Zet je dit naast elkaar, dan zie je het meteen. Er is niet één plan dat voor iedereen past. Wanneer je begint en wat je doet, hoor je van je eigen chirurg of handtherapeut.

Waarom verschilt het plan per chirurg en per operatie?

Je buurvrouw, een forum en je eigen folder zeggen misschien allemaal iets anders. Daar zijn goede redenen voor.

  • De operatie is niet altijd hetzelfde. "Een operatie aan de hand" kan van alles zijn. Ook bij CTS werken chirurgen niet allemaal op dezelfde manier.
  • Jouw hand is anders dan die van een ander. Hoe lang je al klachten had, andere ziektes, je werk en hoe je wond geneest: het telt allemaal mee.
  • Elk ziekenhuis heeft eigen afspraken. Het ene ziekenhuis geeft je een papier met oefeningen. Het andere stuurt je naar een handtherapeut. Een derde vraagt je vooral om je hand rust te geven tot de controle.
  • Een spalk verandert veel. Heb je een spalk of brace? Dan zegt je chirurg wanneer en hoe je mag bewegen. En wanneer de spalk af mag.

Daarom is het niet slim om oefeningen over te nemen uit een filmpje of van iemand anders. Wat voor die ander goed is, kan voor jou nu te vroeg zijn.

Hoe gaat het herstel na een CTS-operatie?

Herstel gaat stap voor stap. Iedereen herstelt anders. De bronnen geven een idee van wat je kunt merken, maar geen schema.

  • Volgens Thuisarts kunnen de tintelingen direct na de operatie al een stuk minder zijn. Het litteken kan nog een paar maanden gevoelig zijn. En je kunt tot een half jaar na de operatie nog pijn hebben aan de binnenkant van je pols.
  • De wond en het verband mogen in het begin niet nat worden. Je chirurg zegt wanneer dat weer mag.
  • AAOS schrijft dat een beetje pijn in je handpalm een paar weken tot een paar maanden kan duren.

Wil je weten wanneer je weer zwaar mag tillen, mag sporten of weer aan het werk kunt? Vraag het aan je chirurg of therapeut. Over werk kun je ook met je bedrijfsarts praten, zegt Thuisarts. Neem niet het schema van iemand anders over.

Wat vraag je voor je naar huis gaat?

Op de dag van de operatie gebeurt veel tegelijk. Je hand is verdoofd en je bent misschien wat zenuwachtig. Dan vergeet je snel wat er gezegd is. Schrijf je vragen van tevoren op. Of vraag iemand die met je meegaat om mee te schrijven.

  1. Mag ik mijn vingers nu bewegen? En hoeveel? Vraag ook wat je nog niet mag doen.
  2. Krijg ik oefeningen? Vraag ze op papier. Vraag hoe vaak, hoeveel keer en hoe lang. Schrijf het op. Krijg je nog geen oefeningen? Vraag dan wanneer je ze krijgt en van wie.
  3. Moet ik naar een handtherapeut of fysiotherapeut? Vraag of de verwijzing al geregeld is en hoe je de afspraak krijgt.
  4. Hoe zit het met het verband, de spalk en de hechtingen? Wanneer mag het verband eraf? Wanneer mag de wond nat worden? Moeten de hechtingen eruit, of lossen ze vanzelf op?
  5. Welke pijn is normaal en welke niet? En welke pijnstillers mag je nemen?
  6. Wie bel ik als er iets is? Vraag een telefoonnummer van de afdeling of polikliniek. Vraag ook wat je doet in het weekend of 's nachts.
  7. Wanneer is de controle? Zorg dat je de datum weet, of weet hoe je die krijgt.
  8. Wanneer mag ik weer autorijden, werken, tillen en sporten? Vraag het voor jouw situatie.

Bewaar de antwoorden bij je oefenpapier. Leg alles op een plek waar je het elke dag ziet.

Hoe houd je het oefenen vol?

Heb je een plan? Dan is het oefenen zelf vaak niet het moeilijkste. Het moeilijkste is eraan denken. En doorgaan als het nieuwe eraf is en het herstel traag voelt. Deze tips kunnen helpen.

  • Koppel het oefenen aan iets wat je al doet. Bijvoorbeeld na het ontbijt, na het tandenpoetsen of als het journaal begint. Een vast moment werkt beter dan "ergens vandaag".
  • Hang je oefenpapier op. Op de koelkast, bij de waterkoker of naast je laptop. Wat je niet ziet, vergeet je.
  • Maak het makkelijk om te beginnen. Kies een rustige plek met een tafel op een fijne hoogte. Leg daar alles klaar wat je nodig hebt.
  • Zet een vinkje. Op een kalender of in je telefoon. Zo zie je dat je bezig bent. En je kunt het laten zien aan je therapeut.
  • Schrijf kort op hoe het ging. Bijvoorbeeld: "'s ochtends stijver" of "handpalm pijnlijk na tuinieren". Dat is handig voor je volgende afspraak.
  • Lukt het niet? Zeg het. Past het plan niet in je dag? Doet een oefening pijn, of snap je hem niet? Vertel het je therapeut. Een plan dat je echt kunt volgen, is beter dan een perfect plan dat je overslaat.

Sla je een keer over? Dat is normaal. Begin gewoon weer op het volgende vaste moment. Je hoeft niets in te halen door het dubbel te doen.

Waarom is meer niet beter?

Je wilt je hand graag snel terug. Dan denk je misschien: als ik meer oefen, of harder, gaat het sneller. Na een operatie klopt dat niet.

  • Je hand moet genezen. De wond en wat eronder zit, zijn nog aan het herstellen. Je plan houdt daar rekening mee. Ook als je hand al best goed voelt.
  • Te hard doorgaan kan averechts werken. AAOS schrijft dat je je hand licht mag gebruiken, maar dat je flinke pijn moet vermijden. Door de pijn heen duwen hoort niet bij het plan.
  • Het moment is net zo belangrijk als hoeveel. Te vroeg beginnen, of zelf oefeningen toevoegen, kan meer kwaad doen dan te weinig doen.
  • Je plan verandert. Een therapeut past je oefeningen meestal aan als je herstelt. Als je het plan van nu goed volgt, kom je bij de volgende stap.

Heb je het gevoel dat je meer aankunt? Vraag het dan aan je therapeut: "Kan ik er iets bij doen?" Beslis het niet alleen.

Gaat het herstel langzaam?

Herstel na een operatie aan de hand duurt vaak langer dan mensen denken. Het gaat ook niet altijd in een rechte lijn. Een goede dag en een stijve dag kunnen elkaar afwisselen.

Volgens AAOS kan je arts je doorsturen naar een handtherapeut als je na de operatie langer dan 2 maanden veel pijn hebt en weinig kracht. Je hoeft geen 2 maanden te wachten met vragen stellen. Maak je je zorgen? Of weet je niet of iets normaal is? Neem dan contact op met je chirurg, huisarts of therapeut.

Bronnen

  1. Thuisarts: Ik kies voor een operatie bij carpaletunnelsyndroom
  2. NHS: Carpal tunnel syndrome
  3. AAOS OrthoInfo: Carpal tunnel syndrome

Doe je thuis handoefeningen?

Handara werkt met de oefeningen die je eigen therapeut je geeft. Vraag je therapeut ernaar, of lees hoe het werkt voor patiënten.

Verder lezen